Bell’s palsy

Voor de classificatie van een perifere aangezichtsverlamming wordt het gebruik van de House-Brackmann schaal aanbevolen.

Neurologische alarmsymptomen

  • Erythema migrans, radiculopathie, artritis, koorts
  • Hoofdpijn, nekstijfheid
  • Multipele hersenzenuw uitval
  • Spraak en/of slikstoornissen
  • Parese en/of coordinatiestoornis van arm en/of been

Oogheelkundige alarmsymptomen

  • Roodheid van het oog

KNO alarmsymptomen

  • Geleidelijk ontstaan, langzaam progressief
  • Hevige (peri)auriculaire pijn
  • Trauma geassocieerd
  • Gehoorverlies, evenwichtsstoornis, tinnitus en vertigo
  • Otorrhoe en/of aanwijzingen voor otitis
  • Vesiculae in en rondom het oor of in de mond

De Nederlandse CBO richtlijn adviseert dat alle kinderen met een perifere aangezichtsverlamming verwezen dienen te worden naar de kinderarts, KNO-arts of neuroloog voor verdere diagnostiek en behandeling, waarbij een multidisciplinaire aanpak aanbeveling verdient.

Zij adviseert ook dat, indien er bij een perifere aangezichtsverlamming geen verbetering optreedt binnen drie maanden, verwijzing naar een specialist wenselijk is.

Serologie

Bij patiënten met een acute perifere aangezichtsverlamming dient expliciet gevraagd te worden naar verschijnselen die kunnen passen bij een infectie met Borrelia burgdorferi (erythema migrans, radiculopathie, artritis, en koorts). Bij deze patiënten en bij patiënten met een dubbelzijdige aangezichtsverlamming is onderzoek naar Lyme-borreliose geïndiceerd.

Bij negatieve serologie, kort bestaande klachten en het ontbreken van een alternatieve diagnose voor de parese dient dit onderzoek na drie weken herhaald te worden.

Bij patiënten met een acute perifere aangezichtsverlamming uit risico groepen voor HIV en/of syfilis (personen met wisselende onbeschermde heteroseksuele contacten, prostituees, intraveneuze druggebruikers en hun seksuele partners en personen afkomstig uit of met een partner uit HIV-endemisch gebied) dient laagdrempelig HIV- en syfilisserologie ingezet te worden.

Het verrichten van serologisch onderzoek naar andere virussen en bacteriën heeft geen toegevoegde waarde omdat dit geen consequenties heeft voor therapie of prognose van de individuele patiënt met een perifere aangezichtsverlamming.

In de anamnese bij kinderen dient men te vragen naar bijkomende klachten of een atypisch beloop op grond waarvan een IPAV onwaarschijnlijk is en specifieke oorzaken van PAV moeten worden overwogen. De volgende punten zijn hierbij van belang:

  • koorts (infectieuze oorzaak)
  • otorrhoe (otitis media)
  • pijn (otitis media, herpes zoster oticus)
  • blaasjes rondom het oor of in de mond (herpes zoster oticus)
  • andere KNO-klachten zoals gehoorverlies, evenwichtsstoornissen, vertigo en/of tinnitus
  • bijkomende neurologische verschijnselen zoals fotofobie, dubbelzien, gevoelsstoornissen, spraakstoornissen passend bij dysartrie of afasie
  • recente tekenbeet, erythema migrans, hoofd- en/of nekpijn, klachten van de extremiteiten zoals radiculopathie of artritis (ziekte van Lyme); risicofactoren voor HIV- infectie

Bij algemeen lichamelijk onderzoek bij kinderen dient specifiek aandacht te worden geschonken aan ziekten die met een perifere aangezichtsverlamming geassocieerd kunnen zijn (waterpokken, leukemie, etc.).

Bij kinderen met een verhoogd risico op een HIV-infectie (zoals ouders afkomstig uit endemisch gebied) is serologisch onderzoek op HIV-infectie geïndiceerd.

Aanvullend onderzoek

Indien bij een patiënt met een IPAV en een complete verlamming een meer specifieke uitspraak over de prognose wenselijk is, kan dit met een electroneurografisch onderzoek worden gedaan, echter niet eerder dan zeven dagen na het begin van de verlamming.

Bij iedere atypische aangezichtsverlamming (alarmsymptomen, langzaam ontstaan en uitblijven van herstel) is het noodzakelijk om oorzakelijke pathologie uit te sluiten. Hierbij dient een MRI van het verloop van de N. facialis gemaakt te worden vanaf hersenstam tot en met de glandula parotidea.

Alleen bij verdenking op een otogene oorzaak van de aangezichtsverlamming wordt eerst een CT-scan van deze regio aanbevolen.

Iindien er geen verbetering is opgetreden na drie maanden, dient er een MRI gemaakt te worden.

Bij een atypisch beloop van de aangezichtsverlamming dient zo snel mogelijk een MRI te worden gemaakt. Deze periode kan, afhankelijk van de differentiaal diagnose op dat moment, variëren van acuut tot enkele weken. Zonodig kan een aanvullende CT-scan pathologie in het rotsbeen verduidelijken.

Een vroege MRI-scan kan mogelijk ook van prognostische betekenis zijn, echter het aantal studies hierover is nog beperkt. Verder onderzoek hiernaar is wenselijk.

Medicamenteuze behandeling

Indien een patiënt met een idiopathische perifere aangezichtsverlamming zich presenteert binnen 72 uur na het ontstaan, wordt bij patiënten bij wie het oog niet meer sluit (HB graad IV en hoger) aanbevolen te starten met corticosteroïden:

Dit kan bestaan uit 2 maal daags 25 mg prednison gedurende 10 dagen of 1mg/kg prednison gedurende 7 dagen.

Indien een kind (<15 jaar) met een IPAV HB graad IV of erger zich presenteert binnen 72 uur na het ontstaan, kan gestart worden met corticosteroïden, bestaande uit prednison 1mg/kg/d gedurende 7 dagen.

Op basis van het beschikbare bewijs kan er geen uitspraak worden gedaan over het toevoegen van antivirale medicatie aan de behandeling bij volwassenen en kinderen met IPAV. Echter, wanneer de verdenking bestaat op de aanwezigheid van zoster sine herpete kan het gebruik van valaclovir of famciclovir gerechtvaardigd zijn.

Bij kinderen (<15 jaar) met lichte tot matig ernstige parese (HB-graad III of minder) is geen behandeling noodzakelijk.

Decompressie

Bij patiënten met een paralyse en een slechte prognose voor compleet herstel na electrofysiologisch onderzoek, is een totale decompressie van de N. facialis mogelijk een optie voor behandeling. De werkgroep is van mening dat terughoudendheid geboden is en de ingreep alleen in onderzoeksverband dient te worden uitgevoerd.

Behandeling van het oog

Bij patiënten met een IPAV met een HB > II wordt aanbevolen lubricantia voor te schrijven in de vorm van druppels, gel of zalf. Als alternatief kan een horlogeglasverband worden voorgeschreven.

Reconstructie

De werkgroep is van mening dat een patiënt met een IPAV, bij wie geen of nauwelijks herstel optreedt binnen zes maanden, verwezen moet worden naar een medisch specialist of medisch team met bijzondere aandacht voor de reconstructie van de aangezichtsverlamming.

Bron:

Richtlijn idiopathische perifere aangezichtsverlamming (IPAV), uitgegeven door de Nederlandse Vereniging voor KNO-heelkunde en Heelkunde van het Hoofd-Halsgebied, samen met het Kwaliteitsinstituut voor de Gezondheidszorg CBO, 2009

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *